Terug naar overzicht
De rode draad in het werk van Sytske de Jong (1962) is met zo min mogelijk zoveel mogelijk zeggen. In haar beelden in steen en hout zoekt ze de grenzen op van het materiaal, probeert die op te rekken. De harde steen lijkt opeens kneedbaar als klei of vloeiend als was. Zacht wordt hard en toch weer zacht.
Wat al haar beelden gemeen hebben, is eenvoud. Overbodige lijnen en vormen laat ze weg, tot alleen de essentie overblijft. Gefascineerd door de natuur en verwijzingen naar lichamelijke vormen, zijn de beelden organisch, voelbaar en tastbaar. De subtiele rondingen van het lichaam, de zachte lijnen van de huid komen terug in haar werk en vormen een herkenbare beeldtaal.
Texturen en structuren, de lichamelijkheid van vormen en de zintuiglijkheid van materialen zijn haar inspiratiebronnen. De Jong zoekt niet het alledaagse, maar een diepe schoonheid en rust. Zij maakt wat nog niet bestaat.
Sytske de Jong studeerde in de richtingen monumentale- en omgevingsvormgeving cum laude af aan de Koninklijke Academie van Beeldende Kunsten in Den Haag,